|
Brandmeldinstallatie
Brandmeldinstallatie? Hoe detecteert u brand in een gebouw? Dit kan met een brandmeldinstallatie (rook)detectiesystemen, alleen in ‘verkeersruimten’ of in alle ruimten van het gebouw. Alarmeren kan luid, met licht- en geluidssignalen, of stil, met alleen een waarschuwing naar bijvoorbeeld een alarmcentrale. Omdat elk gebouw anders is legt u zelf de eisen aan de brandmeldinstallatie (BMI) vast in een Programma van eisen (PvE). Het PvE wordt opgesteld op basis van NEN-normen en een NTA.
Eisen aan brandmeldcentrale in Programma van eisen
In NEN-norm 2535 leest u welke eisen aan een brandmeldinstallatie (BMI) worden gesteld. Het Gebruiksbesluit regelt wanneer een gebouw een BMI nodig heeft en welke vorm van bewaking vereist is. De specifieke technische uitwerking van de BMI legt u tijdens de ontwerpfase vast in het Programma van eisen (PvE). In dit document gaat u bijvoorbeeld in op indeling van detectie- en alarmzones, omvang van de installatie, sturingen voor bijvoorbeeld het sluiten van rookwerende deuren en op afstelling van rookdetectoren in verband met het voorkomen van onnodig alarm, en de manier waarop het systeem alarm slaat. Het PvE wordt opgesteld door of in opdracht van de eigenaar of exploitant, en vervolgens beoordeeld door burgemeester en wethouders.
Doel van brandmelding
Het doel van een brandmeldinstallatie is te waarborgen dat een brand zo snel mogelijk wordt ontdekt en gemeld, zodat de ontvluchting van de in het betreffende brandcompartiment aanwezige personen zo snel mogelijk na de ontdekking van de brand op gang kan worden gebracht. Daarnaast kan het van belang zijn dat de brandweer in een zeer vroeg stadium via een brandmeldinstallatie wordt gealarmeerd om tijdig een inzet te kunnen doen. Zo’n installatie wordt nodig geacht wanneer de aanwezige personen door de grootte of complexiteit van het bouwwerk niet door aanroepen snel genoeg op de hoogte kunnen worden gesteld van een brand in het bouwwerk of wanneer zij door een beperkte mate van zelfredzaamheid bij brand geholpen moeten worden bij het ontvluchten.
Zonder brandmeldcentrale zouden zij of degenen die hen bij het ontvluchten moeten helpen, te laat geïnformeerd kunnen worden en niet snel genoeg een aanvang kunnen maken met de ontvluchting. Een belangrijke functie van een brandmeldinstallatie is dan ook de aansturing van de ontruimingsalarminstallatie die zorgdraagt voor een ontruimingssignaal. (Voor doelgroepen die niet adequaat kunnen reageren op een luid alarm, kan gekozen worden voor een stil alarm). Daarnaast kan de brandmeldcentrale automatisch een brandmelding doorgeven naar een externe alarmcentrale die voor alarmopvolging zorgdraagt.
Nieuwe voorschriften
Op grond van de voorheen geldende gemeentelijke voorschriften moest een brandmeldcentrale met doormelding naar de brandweer aanwezig zijn bij ‘een woonfunctie voor minder zelfredzame personen’. De omvang van de bewaking van de installatie was daarbij afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van ‘permanent toezicht’ op de bewoners. Door die vage terminologie leverde de toepassing van die voorschriften in de uitvoeringspraktijk allerlei onduidelijkheden en geschillen op. Vandaar dat het Ministerie van VROM in samenspraak met de koepelorganisatie van woningcorporaties (Aedes), enkele organisaties uit de zorgsector (ActiZ, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en GGZ Nederland), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding en de Ministeries van BZK en VWS duidelijker voorschriften hierover in het Gebruiksbesluit heeft opgenomen.
Verplichte aanwezigheid brandmeldcentrale
In het Gebruiksbesluit zijn de diverse woonvormen waarin aan bewoners professionele zorg wordt verleend gekoppeld aan de mate van zorgverlening. Op basis daarvan is in dat besluit aangegeven of een brandmeldinstallatie nodig is en zo ja, wat de omvang van de bewaking moet zijn en of doormelding naar de brandweer moet plaatsvinden. Dat levert de volgende matrix op pagina 2 op. Zoals uit het schema blijkt, zijn een brandmeldcentrale en doormelding naar de brandweer niet altijd nodig wanneer een bewoner zorg ontvangt. Bovendien verschilt ook de omvang van de bewaking per woonvorm en de mate van zorgverlening. |